De fietser en de vrouw

Op de fiets naar het station. Om er te komen moest de fietser het spoor oversteken. De slagbomen gaan dicht. Dat wordt dus afstappen en wachten. Uit beide richtingen komt een trein.

Aan de overkant staat een vrouw. Ze is de slagboom al voorbij. De eerste trein passeert al toeterend vlak langs haar. Ze lijkt het niet te horen. Ze loopt nog verder door. Ze staat nu midden op de overweg. De tweede trein toetert al van verre. De remmen worden gebruikt en dat is te horen ook. De vrouw merkt het waarschijnlijk niet eens. Op zeer kleine afstand passeert ook de tweede trein.

Wanneer de slagbomen weer open gaan en het verkeer weer op gang komt, loopt ze een stukje het spoor op. De fietser die langs komt en naar haar roept “Hé, ben je wel helemaal lekker?!” deert haar niet.

Even later arriveert de fietser op het station. Vanaf de loopbrug over het spoor kijkt hij of de vrouw nog steeds op de overweg staat. Ze lijkt verdwenen te zijn. Op het perron valt het de fietser op dat de treinen wel erg langzaam rijden. Zou er iets aan de hand zijn? Waarschijnlijk heeft een van de treinen doorgegeven dat er iemand op het spoor liep en rijden alle treinen nu met een zogenaamde last.

De vrouw komt het perron op. De fietser ziet haar meteen. Door haar kleding valt ze ook erg op. Ze draagt een korte broek en gestreepte kniekousen in leger kistjes. Gek dat je dat soort dingen onthoudt, denkt de fietser nog.

Niet veel later komen er van verschillende kanten politieagenten aan. Ze lopen langs alle mensen op het perron. Ook langs de vrouw. Een van de agenten loopt haar voorbij, maar bedenkt zich. Hij lijkt haar op goed geluk aan te spreken met de vraag: “Heeft u iemand op het spoor zien lopen?”. De vrouw maakt een verwarde indruk en lijkt hem niet te horen. Een van de overige passagiers op het perron geeft aan dat zij die persoon was. Dit hoort ze wel en ze werpt de persoon in kwestie een vernietigende blik toe.

De treinen op het perron vertrekken vrij snel na elkaar. De agenten verhinderen dat de vrouw in de eerste trein stapt. Ze willen niet dat ze weg gaat. De vrouw vindt dat de politie haar met rust moet laten.

De tweede trein komt aan. De fietser moet met deze trein mee. Hij stapt in en kijk vanuit de trein nog eens het perron over. De vrouw zit niet meer op dezelfde plaats. Dan ziet hij haar bij de trap. Ze verlaat tussen de agenten in het perron.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *