Uitgelezen 44: De Amulet – Simone van der Vlugt

Titel: De amulet
Schrijver: Simone van der Vlugt
Jaar van uitgifte: 1995

Flaptekst:
1630. De heksenjacht is in volle gang. Vrouwen van alle leeftijden belanden op de brandstapel. Ook Nina wordt verdacht: men fluistert dat ze een voorspellende gave heeft. Als Nina ontdekt dat zelfs haar eigen moeder als heks verbrand is en de geruchten over haarzelf steeds grimmiger worden, vlucht ze de stad uit. Zal de amulet van haar moeder haar voldoende beschermen op de lange zwerftocht die voor haar ligt?

Met een sterke karaktertekening en een heldere verhaalopbouw weet Simone van der Vlugt als geen ander het harde zwerversbestaan tijdens de Dertigjarige Oorlog te beschrijven.

“De amulet is opvallend goed geschreven. Het taalgebruik is zorgvuldig, gevarieerd en beeldend. (…) Van der Vlugt schrijft levendig en helder en haar dialogen zijn levensecht.” – Levende Talen

Leeswaarschuwing
Onderstaande tekst kan details van de plot en/of de afloop van het verhaal bevatten.

Het is 1630 en de heksenjacht in volle gang.
Oude vrouwen kleine kinderen en zelfs hele gezinnen worden terechtgesteld (verbrand).
Nina, die bij haar oom en tante woont, is angstig en onzeker, omdat ze denkt dat ze zelf ook een heks is. Ze droomt regelmatig over heksenbijeenkomsten en krijgt overdag regelmatig visioenen. Dat gebeurt ook op een avond als ze achter het spinnewiel zit. Ze ziet allemaal hoofden ronddraaien. Ze ziet een vrouw aan een paal vastgebonden in hoge vlammen. Ze brandt tot aan haar middel.

Ze ziet het gezicht steeds duidelijker. Aan de ogen van de vrouw ziet ze dat de vrouw niet meer te redden is. Ze rent naar haar oom en fluistert: ‘waarom hebben ze mijn moeder verbrand?’
Haar oom vertelt waarom haar moeder werd terecht gesteld en dat haar moeder ook visioenen had. Haar moeder had nog een speciale gave; ze kon mensen genezen door alleen maar een simpele handbeweging te maken.
Hij geeft Nina een ketting met daaraan een amulet aan. Die was van haar moeder geweest.
Nina moest op een dag boodschappen doen voor haar tante. Ze ging naar de markt, een jongen kneep in haar kont, ze draaide zich om en gaf de jongen een klap in zijn gezicht.
De jongen maakte haar uit voor heks. Sinds die dag waren er roddels over haar dat ze een heks was.
Haar oom en tante hadden die roddels ook gehoord en vonden dat Nina moest vluchten. Haar oom en tante hadden bedacht dat ze Nina gingen uithuwelijken aan een oude boer die weduwnaar was (Herr Stolz heette die boer) in een ander dorp. Nina ging samen met haar tante naar het plaatsje Bamberg waar ze gingen overnachten.
De volgende dag ging Nina’s tante terug naar Würzburg. Nina moest in haar eentje verder, eigenlijk zou ze naar Herr Stolz moeten gaan, maar ze had geen zin om te trouwen met zo’n vieze, oude vent en zijn slaafje te worden, dus ze vluchtte naar het dorp Coburg. Ze ging te voet naar dat dorp. Onderweg kwam ze iemand tegen en die had een wagen en ze mocht meereizen.
In Coburg zocht ze eerst een herberg waar ze overnachtte. De volgende dag vroeg ze de herbergier waar er werk te vinden was. Hij wist niets en verwees haar verder. Toen ze ‘s avonds nog niks gevonden had, kwam ze weer terug in dezelfde herberg. De herbergier zei dat hij wel iemand kon gebruiken. Dus Nina had daar een paar dagen gewerkt, totdat Herr Stolz ineens onverwachts in de herberg verscheen. Ze vluchtte weg, ze wist alleen nog niet waarheen. Onderweg kwam ze een jonge vent tegen met wie mocht mee reizen. Later werd ze door dezelfde vent aangerand. Ze had een mes in haar jurk zitten en stak hem hiermee in zijn buik.
Weer vluchtte ze weg. Bij een boerderij stal ze van de waslijn jongenskleren. Deze trok ze aan en sneed haar haren kort.
Nu leek ze net een jongen. Ze was weer verder gelopen en bij een verlaten dorpje was ze Max tegen gekomen. Eerst deed hij heel onaardig tegen haar, maar later veranderde dat nog. Met Max leefde ze in de natuur. Hij leerde haar goed om te gaan met geneeskrachtige kruiden. Hij kende ook veel mensen bij wie hij vaker overnachtte.
Samen gingen ze naar Rothenburg, waar Max vrienden had met een wijnhuis waar Max elk jaar hielp met druiven plukken en wijn maken. Dit jaar hielp Nina ook mee.
Ze bleven daar een paar dagen en hadden daar te horen gekregen dat Würzburg in bezet was genomen door Zwitserse soldaten.
Op een nacht werd Nina verschrikt wakker en wist dat ze een visioen had gehad. Er was een Zwitsers leger in de aankomst naar Rothenburg. Niemand geloofde haar, ook Max niet, maar ze wist het zo zeker, dat ze desnoods alleen verder zou reizen. Max besloot uiteindelijk toch ook mee te reizen, omdat ze maatjes waren.
Het was inmiddels al winter geworden en het was ook al aan het sneeuwen. Onderweg zag Nina wolven in haar visioen, maar ook dat geloofde Max niet, maar naar een tijdje kwamen ze toch wolven tegen. Ze vluchtten in een boom.
Na een paar uur gingen de wolven weer weg, omdat ze brand roken. Nina en Max konden weer verder trekken. Max kon niet meer. Nina moest hem ondersteunen. Er kwam een meneer naar buiten rennen, die Max meteen ondersteunde. Even later kwam er ook een vrouw die meteen naar Nina toerende. Daar hebben ze geslapen in de schuur. De volgende ochtend vertelde de meneer Wieshoven dat Rothenburg al overvallen was.
Ze trokken weer verder, dit keer naar Ettal.
Na een poosje kon Max al niet meer. Ze zaten ondertussen in Oberammergau, ze klopten eerst aan bij een boerderij, maar daar werden ze niet binnengelaten. Ze liepen verder. Ze kwamen een leegstaande blokhut tegen, waar ze hadden overnachtten. Max was erg ziek geworden.
De volgende ochtend trokken ze weer verder naar Ettal. Ze wisten niet precies waar Ettal lag. Vlak voor een heuvel kon Max niet meer verder en zakte in elkaar, Nina bleef nog even bij hem en besloot dat ze hulp ging zoeken. Ze rende over de heuvel en daar lag Ettal. Ze rende de kerk binnen en vroeg de monniken om Max te redden. Na enkele uren kreeg ze ineens een raar gevoel. Ze wist dat Max het niet meer haalde.
Even later kwamen de monniken die Max hadden gezocht terug. Ze hadden vervelend nieuws. Ze vertelden dat Max dood was.

Nina bleef een paar maanden in het klosster tot het lente was. Toen het eenmaal lente was trok ze weer verder. Ze wist nog niet waar ze naar toe wilde.
Ze was nog maar net onderweg toen ze zigeuners tegen. Eerst was ze er bang voor omdat iedereen er van die verschrikkelijke verhalen over vertelde.
Ze ging ze bespioneren en werd betrapt door de honden van de zigeuners. Ze werd ruw opgepakt en in het kamp neergezet. Nina vreest voor haar leven, maar ze krijgt te eten.

Ze trok met de zigeuners op en reisde met hen mee. Tot ze op een gegeven moment bij Würzburg aan gekomen waren en Nina besloot terug te gaan naar haar oom en tante. Ze had er niet bij stilgestaan dat Würzburg in beslag was genomen. Maar ze kwam er toch makkelijk binnen. Ze waren blij haar te zien, maar haar oom lachte en keek in haar donkere ogen en zei: ‘je gaat weer hè’?
Ze ging weer weg.

Mijn mening/ervaring: Dit boek las ik voor het eerst in de brugklas. Op een levendige en begrijpelijke (voor jongeren) manier wordt de geschiedenis beschreven.

Iets voor jou: Als je houdt van geschiedenis boeken.

Niets voor jou: Als je niet houdt van heksenjachten.

Dit is het 44ste deel in de categorie “Uitgelezen”. Op deze pagina houd ik bij welke boeken ik uitgelezen heb.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *